Is Groeipijn Dé Grootste Voorbode Van Latere Botproblemen Bij Sporters?

groeipijn botproblemen kpni puber voetballer

Is Groeipijn Dé Grootste Voorbode Van Latere Botproblemen Bij Sporters?

(Dit artikel is geschreven door kPNI Therapeut Thomas D’havé.)

Groeipijnen. Herinner je je nog hoe dat voelde?

Indien niet, dan zal je er ongetwijfeld opnieuw over te horen krijgen van je puberende kinderen, of de puberende sporters die je begeleidt.

Bij puberende jeugdvoetballers worden groeipijnen of aanhechtingspijnen aan knieën en hielen traditioneel genoemd als het meest voorkomende botprobleem.

En wanneer je een speler van pakweg 19 jaar oud met bijvoorbeeld ‘osteïtis pubis’ spreekt, een verhoogde activiteit van het bot ter hoogte van het schaambeen, vraag dan maar even dieper door en peil of hij op jongere leeftijd al pijn aan knie, hielen of scheenbenen heeft gehad. De praktijk leert mij dat dit heel vaak het geval is. Bijna altijd bingo.

Bij volwassenen zien we dan ook vaker aanhechtingsproblematieken aan het schaambeen verschijnen, pubalgie, en in een latere fase van de carrière meer arthrotische slijtage aan de heupen, knieën en enkels. (Zoals bij Argentijnse ex-topvoetballer en cultheld Gabriel Batistuta…)

Is groeipijn dan dé grootste voorbode van latere botproblemen bij sporters? Neen. We moeten dieper kijken.

In de klassieke geneeskunde worden al die botproblemen beschouwd als verschillende, van elkaar losstaande letsels…

Terwijl het bot eerder als één orgaan moet worden bekeken, dat in zijn totaliteit in het volledige lichaam onder druk is te komen staan.

De klachten manifesteren zich dan misschien wel op een bepaald moment op een bepaalde plaats, maar in de afwezigheid van een trauma of verwonding is er achter de schermen van het lichaam àltijd meer aan de hand.

Ook schouderontwrichtingen en kruisbandletsels behoren tot die groep: zijn het zuiver ligamentaire letsels of worden de ligamenten afgerukt van een onderliggend verzwakt bot?

Moeten we het zomaar normaal vinden dat wanneer we op het sportveld een duwtje krijgen, dat deze structuren afscheuren en we een paar maanden moeten revalideren?

Absoluut niet. We moeten ons met z’n allen ook buigen over de waarom-vraag: waaróm gebeurt het?

Op het congres voor Nederlandse kinesitherapeuten in het voetbal (juni 2018) startten bijna alle presentaties met het bespreken van de operatie en de revalidatie, dus vanaf dag 0 van het letsel. Het lijkt wel alsof we deze letsels als een normaal onderdeel van de sport moeten accepteren. Maar is dat wel zo?

Welke signalen vinden we in de status vòòr het banale trauma?

De status van het lichaam vóór het banale trauma; daar liggen de echte diamanten voor het grijpen.

De huidige klacht is immers nooit het echte probleem, en het is slim om niet zomaar in groeipijnen te geloven.

In de huidige literatuur vinden we doorheen de medische vakgebieden trouwens interessante aanwijzingen waar we binnenkort niet meer omheen zullen kunnen; noch maatschappelijk, noch in de miljoenenbusiness van de topsport.

1. Een verstoorde bloedsuikerspiegel kan leiden tot botcelafbraak.

Een van de meest relevante oorzaken van botproblemen is een verstoorde bloedsuikerspiegel. (1) Botcellen registreren de subtiele variaties in de bloedsuikerspiegel en worden afgebroken ten gunste van het behoud van evenwicht. Botcellen fungeren dus als een soort buffer om de homeostase te behouden. (2) Onze observaties onder leiding van professor Leo Pruimboom toonden aan dat een verhoogde bloedsuikerspiegel als risicofactor bij zo’n 30 procent van de voetballers aanwezig is.

2. Een aanpassing van gedrag, levensstijl en voeding hebben enorme impact.

Een verhoogde bloedsuikerspiegel is maar één van de verstoorde werkingsmechanismen. Ook een verstoord bioritme (3), verhoogde stress, hypothalamusontsteking (4), zuurstoftekort, eiwittekort en nog veel andere oorzaken moeten deskundig worden uitgevraagd en dienen vertaald te worden in een voedings-, levensstijl- of gedragsadvies.

3. Warmte, lichaamscontact en oogcontact stimuleren botaanmaak.

Therapeutische warmte, lichaamscontact en oogcontact (minstens 7 minuten in de ogen kijken) zijn interessante typische kPNI-interventies om de botaanmaak te stimuleren; je geeft eigenlijk aan het lichaam (van de patiënt) wat het gemist heeft vroeg in het leven. Al deze dingen helpen de productie van de hormonen serotonine en oxytocine te stimuleren, waardoor het stresssysteem tot rust kan komen en er botherstel kan plaatsvinden (5).

Enig idee wanneer deze drie factoren trouwens sowieso samen voorkomen? Bij borstvoeding op de borst van de mama. Afwezigheid van de mama vroeg in het leven -in welke vorm dan ook- impliceert indirect een voorbestemdheid voor latere botletsels. Ook het onvoldoende binnenkrijgen van de noodzakelijke darmflora speelt daarin een cruciale rol.

Elke therapeut is het zijn patiënt verplicht om op onderzoek te gaan.

De multifactoriële oorzaak bevindt zich dus altijd in de geschiedenis van een persoon met een klacht.

Als je iemands ‘film’ terugkijkt, en haar of zijn klachten beginnen al vroeg in het leven met aanhoudende groeipijnen, wees dan maar zeker dat ook hiervan de oorzaak logischerwijs in het verleden ligt.

Meestal verrassend vroeg in het prille begin: bij de zwangerschap, de geboorte of de eerste levensjaren.

Maar wie vraagt daarnaar?

Dit systematisch in kaart brengen, is precies waar de klinische psycho-neuro-immunologie op hamert.

Wetenschappelijke bronnen in dit artikel:
(1) Carboxylated and undercarboxylated osteocalcin in metabolic complications of human obesity and prediabetes; Razny; Diabetes Metab Res Rev.; 2017
(2) Regulation of Glucose Handling by the Skeleton: Insights From Mouse and Human Studies; Liu; Diabetes. 2016
(3) Nightshift work and fracture risk: the Nurses’ Health Study; Feskanich; Osteoporos Int. 2009
(4) http://www.kpnibelgium.com/waarom-fructose-sluipmoordenaar-is-lichaam/
(5) Early Evidence of Low Bone Density and Decreased Serotonergic Synthesis in the Dorsal Raphe of a Tauopathy Model of Alzheimer’s Disease; Dengler-Crish; J Alzheimers Dis. 2017

 

Ontdek wat onze kPNI opleidingen voor jouw praktijk kunnen betekenen.